BENG NORM
zoek
like ons, dank u!

BENG norm per 1 januari 2020 (zienswijze december 2018 / nog niet definitief!)

Ten opzichte van eerdere plannen (2017) is de BENG norm al versoepelt, zienswijze december 2018:

BENG staat voor ‘bijna energieneutraal gebouw’ en het zijn de energie-eisen welke op 1 januari 2020 in de plaats komen van de huidige EPC.
De energieprestatie wordt uitgedrukt met drie indicatoren:
•    BENG 1: De energiebehoefte van het gebouw in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar.
•    BENG 2: Het primair (fossiele) energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar.
•    BENG 3: Het aandeel hernieuwbare energie in procenten.
De eisen die aan deze indicatoren worden verbonden, worden wettelijk vastgelegd en gelden vanaf 1 januari 2020 voor alle nieuwe gebouwen.
 
Hoe ziet BENG er nu uit? (december 2018)

De BENG indicatoren hebben betrekking op gebouwgebonden functies. Bij woningbouw zijn dat energie voor verwarming en koeling, tapwaterverwarming en hulpenergie voor installaties (pompen en ventilatoren). Bij woningenbouw wordt de energie voor verlichting buiten beschouwing gelaten. Ook huishoudelijke apparaten tellen niet mee.
Een gebouw moet gelijktijdig aan de drie indicatoren voldoen. De indicatoren hangen met elkaar samen, maar het is niet mogelijk een onvoldoende op de ene indicator te compenseren met een ruime voldoende op een andere. Bij utiliteitsgebouwen zien de indicatoren en eisen er overigens iets anders uit.

BENG 1: energiebehoefte

De eerste BENG-indicator heeft betrekking op de hoeveelheid energie die een woning vraagt voor verwarming en koeling. De energiebehoefte wordt uitgedrukt in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (niet te verwarren met de kilowatturen op de elektriciteitsmeter). De energiebehoefte wordt voortaan berekend op basis van de nieuwe norm NTA 8800. Tot nu toe werd hiervoor uitgegaan van de norm NEN 7120, zoals die ook voor de EPC wordt gebruikt. Deze leidt echter tot een geflatteerde uitkomst: het blijkt dat de werkelijke energiebehoefte hiermee stelselmatig 5 tot 10 kWh/m2.jaar te laag wordt inschat. De NTA 8800 corrigeert dat.
•    Voor ventilatie wordt een forfaitaire waarde ingevoerd, gebaseerd op een slecht regelbare ventilatievoorziening (natuurlijke toevoer zonder winddrukregeling en zonder warmteterugwinning). In de berekening moet voor het opwarmen van verse ventilatielucht rekening gehouden worden met een forse energiebehoefte in de ordegrootte van 20 kWh/m2.jaar. De invloed van het ventilatiesysteem wordt uiteraard wel verantwoord in BENG 2.
•    De eis voor BENG 1 wordt met 50 kWh/m2 per jaar verhoogd als de verhouding tussen verliesoppervlak en gebruiksoppervlak van een woning groter is dan 2,2. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om kleine vrijstaande woningen (zoals tiny houses). Met dit extra ‘budget’ wil de overheid voorkomen dat via de achterdeur van energie-eisen wordt voorgeschreven hoe woningen eruit moeten komen te zien. Dat is een zaak van stedenbouw en particuliere keuzes. Overigens is deze compensatie maar van beperkte waarde, want voor BENG 2 bestaat een dergelijke correctiefactor niet.
•    De grenswaarde voor BENG 1 wordt 70 kWh/m2.jaar. Dat is exclusief de eventuele compensatie voor woningen met een ongunstige verhouding verlies/gebruiksoppervlak.

BENG 2: primair fossiel energiegebruik

De tweede BENG-indicator begrenst de hoeveelheid fossiele brandstoffen die een woning jaarlijks gebruikt. Het gaat om energie uit aardgas (koken, tapwater en verwarming), het niet-hernieuwbare deel van externe warmtelevering en fossiele brandstoffen die nodig zijn om elektriciteit op te wekken.
•    De invloed van ventilatie wordt in z’n geheel in BENG 2 verantwoord. Een goed ventilatiesysteem (met sensorsturing en warmteterugwinning) brengt het primaire energiegebruik omlaag.
•    Voor het gebruik van netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Tot nu toe moest gerekend worden met een gemiddeld opwekrendement van 39 procent (primaire energiefactor 2,56). In de nieuwe voorgenomen eis wordt gerekend met een rendement van 69 procent (primaire energiefactor van 1,45). Het Rijk anticipeert hiermee op de situatie in 2020. Volgens de Nationale Energieverkenning 2017 is deze factor in dat jaar realistisch dankzij verdere verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening, vooral dankzij het groeiende aandeel windenergie, biomassa en zonne-energie.
•    De grenswaarde voor BENG 2 wordt 30 kWh/m2 jaar voor grondgebonden woningen. Voor gestapelde woningen is de grenswaarde gesteld op 50 kWh/m2.jaar. Dat is omdat appartementsgebouwen per woning minder ruimte hebben voor pv-panelen. Daardoor kan de energiebehoefte minder worden ingevuld met eigen opwekking.

BENG 3: aandeel hernieuwbare energie

BENG 3 stelt een minimum aan het aandeel hernieuwbare energie. Dat is in het nieuwe BENG-concept nog steeds zo. De grenswaarde bij grondgebonden woningen was en blijft 50 procent. Dat wil zeggen dat minstens 50 procent van de primaire energiebehoefte moet worden opgewekt met hernieuwbare bronnen zoals zonne-energie (met pv-panelen), omgevingswarmte en het hernieuwbare deel van externe warmte. De grenswaarde bij gestapelde bouw wordt 40 procent.

 

Een voorbeeld gemaakt door Uniec november 2018:

 

Tussenwoning

Vrijstaande woning

Appartementen

Rc vloer/gevel/dak

3,5 / 4,5 / 6,0

3,5 / 4,5 / 6,0

3,5 / 4,5 / 6,0

Uraam

1,4

1,4

1,4

infiltratie

0,4

0,4

0,4

verwarming

warmtepomp op buitenlucht

warmtepomp op buitenlucht

Individuele warmtepomp op collectieve bodembron

warm tapwater

warmtepomp met douche-WTW

warmtepomp met douche-WTW

warmtepomp met douche-WTW

ventilatie

C4c systeem
(CO
2 sensor in woon- en hoofdslaapkamer)

C4c systeem
(CO
2 sensor in woon- en hoofdslaapkamer)

C4c systeem
(CO
2 sensor in woon- en hoofdslaapkamer)

PV

400 Wp

800 Wp

geen PV

EPC

0,40

0,40

0,36

BENG 1

43,3 (≤ 70)

60,2 (≤ 70)

47,6 (≤ 70)

BENG 2

27,8 (≤ 30)

29,0 (≤ 30)

24,2 (≤ 50)

BENG 3

56% (≥ 50)

62% (≥ 50)

66% (≥ 50)

 

De resultaten in bovenstaande tabel zijn verrassend. Een woning die voldoet aan een EPC van 0,40 in combinatie met een warmtepomp voldoet eenvoudig aan de BENG eisen die per 1-1-2020 van kracht moeten worden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de minimale eisen uit het Bouwbesluit inzake isolatie, gebruik van HR++ glas en een ventilatiesysteem C (met CO2 regeling). Verder is er nauwelijks of helemaal geen PV nodig.

Vergelijken we de BENG resultaten van deze 3 woningen met de voorgestelde eisen dan valt op dat BENG 1 ruimschoots voldoet aan de eis van maximaal 70 kWh/m².  BENG 1 wordt bijna altijd gerealiseerd met de minimale Bouwbesluit eisen voor de thermische schil. BENG 2 en 3 zijn nu de maatgevende indicatoren maar ook deze zijn eenvoudig te realiseren.

Bron: Uniec.


Wat aan bovenstaande nieuwe norm ondermeer vooraf ging:

Mei 2018,  bron/publicatie door Bas Hasselaar, Adviseur Bouwfysica en Duurzaamheid at DGMR


De afgelopen weken is er veel discussie geweest toen bekend werd gemaakt dat de huidige berekenwijze van BENG 1 wordt aangepast. Maar hoe zit dat nou ook alweer met ventilatie en BENG? Hierbij een samenvatting voor diegenen die er wel over hebben gehoord, maar niet precies weten hoe het nou zit.
De meeste mensen zullen op de hoogte zijn van het feit dat per 1 januari 2020 de huidige EPC eisen zullen worden vervangen door BENG eisen. BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen, en is onder te verdelen in 3 eisen (ik beperkt me even tot de eisen voor woningen):
– Woningen mogen niet meer dan 25 kWh/m2.jr aan energie verbruiken voor verwarmen en koelen. Deze eis richt zich op de gebouwschil: goede isolatie en kierdichting is nodig om deze eis te kunnen halen.
– Het primair fossiel energieverbruik mag niet meer zijn dan 25 KWh/m2.jr voor verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatoren. Het verschil met de vorige eis is dat in deze eis alle installaties meegenomen worden. BENG 1 richt zich puur op bouwkundige maatregelen, BENG 2 op installatietechnische maatregelen. Daarnaast mag zelf opgewekte duurzame energie worden afgetrokken van het energieverbruik.
– Woningen moeten minstens 50% van de benodigde energie zelf duurzaam opwekken. Hoe groter de hoeveelheid zelf opgewekte energie, hoe kleiner de resulterende BENG 2.
Voorgenomen eisen
Wat belangrijk is om te vermelden, is dat bovengenoemde eisen vóórgenomen eisen zijn. Ze staan nog niet vast. Ze zijn al wel geformuleerd en gepubliceerd met als doel de markt vast te laten wennen aan de eisen en om te kijken wat voor reacties erop zouden komen, zodat ze eventueel nog verbeterd kunnen worden. En dat is ook precies wat er nu aan de hand is, met name op BENG 1.
Verband met EPC
U moet weten dat de wijze van berekenen niet volledig opnieuw is bedacht. BENG 1 is een afgeleide van de wijze waarop de EPC werd berekend, namelijk NEN7120. In deze norm wordt voorgeschreven hoe het energieverlies inclusief ventilatie door een gebouwschil berekend moet worden, waarbij het energieverlies kan worden beperkt door warmteterugwinning op de ventilatie toe te passen. Logisch, dat bespaart immers energie.
Warmteterugwinnning
Waar nu de discussie over BENG 1 over gaat, is nou net dat laatste puntje: warmteterugwinning. In de huidige voorgestelde eis wordt de berekenwijze van NEN7120 aangehouden, inclusief warmteterugwinning op de ventilatielucht via een lucht/lucht warmtewisselaar. In andere woorden, middels balansventilatie (systeem D). Dit zou betekenen dat als de voorgenomen eisen ongewijzigd zouden worden doorgevoerd, de overheid bij wet zou bepalen dat alle nieuwe woningen balansventilatie moeten krijgen, omdat anders niet (nauwelijks) aan de regelgeving is te voldoen. Het effect van warmteterugwinning is namelijk groot in een goed geïsoleerde woning.  Andere wijze van warmteterugwinning, bijvoorbeeld via een ventilatieluchtwarmtepomp, worden niet beoordeeld in BENG 1, want dit zijn installatietechnische oplossingen, en horen in de BENG 2 eis thuis. Dat balansventilatie ook een installatietechnische oplossing is, wordt over het hoofd gezien, want de berekenwijze is gestoeld op NEN7120, waar balansventilatie in is opgenomen, maar andere typen van warmteterugwinning niet. Warmtepompen bestonden immers nog nauwelijks toen de NEN7120 werd geschreven.
Onvrede
U begrijpt, dit viel niet goed bij veel mensen, mij inclusief. Ik heb zelf een zeer gezonde, comfortabele en energieleverende woning gebouwd, met natuurlijke toevoer en warmteterugwinning op de afgezogen ventilatielucht middels een warmtepomp. En ik voldoe bij lange na niet aan de voorgestelde BENG 1 eis, terwijl ik alle warmte terugwin en een energieleverende woning heb. Over twee jaar zou ik mijn woning dus niet mogen bouwen als de voorgestelde eisen ongewijzigd zouden worden doorgevoerd.
Aanpassing
Naar aanleiding van de verontwaardiging vanuit de markt, inclusief (natuurlijk) leveranciers van natuurlijke ventilatiesystemen, is toen bekend gemaakt dat de berekenwijze voor BENG 1 zal worden aangepast. Voor energieverliezen door ventilatie zal een forfaitair getal moeten worden ingevuld dat voor alle ventilatiesystemen hetzelfde zal zijn en de grenswaarde van 25 kWh/m2.jr zal worden aangepast. Waarnaar is nog onbekend, daar wordt nog aan gerekend.
Heftige discussie
Natuurlijk leidde dit ook weer tot heftige discussies, dit keer aangezwengeld door de voorstanders van balansventilatie. Zij zagen immers hun voordeel ten opzichte van natuurlijke ventilatie in de BENG 1 eis verdwijnen. Argumenten werden gebruikt dat het van de zotte was dat er roosters direct naar buiten worden gemaakt in zeer goed geïsoleerde en kierdichte huizen en dat ijskoude lucht naar binnen zou stromen en comfortproblemen zou geven en natuurlijke toevoer werd weggezet als techniek uit de jaren 70.
Eigen keuze
Omdat ik een rationele keuze heb gemaakt voor natuurlijke toevoer èn een heel comfortabel huis heb, zal ik toelichten waarom ik het een goede beslissing vind om ventilatieverliezen forfaitair te maken in BENG 1. Om de energiebalans van een woning te bepalen moet gekeken worden naar de schil: hoeveel energie gaat erin, hoeveel gaat eruit. Deels is dat warmte via geleiding en straling, deels is dat warmte via ventilatie. Voor ventilatie moet de temperatuur van de ingaande lucht worden vergeleken met de uitgaande lucht, pas dan weet je het energieverlies. Wat er binnen de gebouwschil met die lucht wordt gedaan is onderdeel van BENG 2. Warmte terugwinning via een wisselaar of een warmtepomp is niet relevant, een persoonlijke keuze met verschillende technieken en mate van efficiëntie, afhankelijk van het seizoen. Balansventilatie is puur op lucht/lucht warmteterugwinning efficiënter in de winter, een warmtepomp is efficiënter gedurende de rest van het jaar.
Lange termijn ontwerp
Ik heb ervoor gekozen mijn woning niet op de (steeds kortere) koude periode te ontwerpen waarbij het buiten vriest, maar juist op de (steeds langere) warme periode waarbij ik optimaal kan genieten van lucht en licht zonder last te hebben van oververhitting. Met nog steeds volledige warmteterugwinning uit mijn ventilatielucht. Gelukkig wordt de voorgestelde rekenmethode voor BENG 1 aangepast, dan kan mijn woning tenminste op een eerlijke wijze vergeleken worden met woningen met een balansventilatiesysteem.