Tips voor de warmtepomp installatie

Op deze pagina geven wij u een opsomming van praktische tips voor de installatie van een warmtepomp. Hoewel een warmtepompinstallatie niet moeilijker hoeft te zijn dan die van een CV-ketel installatie zijn er toch zaken die verschillen van aanpak. Onderstaand treft u ze, doe er u voordeel mee.

Tip nr. 1:  kWh meter

kwh meter warmtepompIn sommige landen hebben warmtepompen verplicht een ingebouwde kwh meter voor zowel energie gebruik als energie levering.  In Nederland hoeft dit niet en vanwege concurrentie (prijsbepaling warmtepompen) treft je die dan ook niet vaak aan. Onze tip is om bij elke warmtepomp een kWh meter te plaatsen in de voeding. Voor een paar tientjes kun je een gereviseerde meter kopen, omdat deze meters massaal worden vervangen voor nieuwe slimme meters.  De oude meter komt dus goed van pas, let er wel op dat, als je warmtepomp een 3 fase toestel is (wat vaak het geval is) je ook een 3 fase meter toepast natuurlijk. Van oudsher weten wij in ons land wat we verbruiken voor verwarming en douchewater (aardgas) en consumptieverbruik (elektra) . Het blijft fijn om dit nog steeds duidelijk te hebben. Door de warmtepomp dus apart van een kWh meter te voorzien weet je precies wat je gebruikt voor verwarming en wat voor andere zaken. (trek van de hoofdmeter stand het verbruik van de warmtepomp meter af, en je hebt een goed inzicht).

 

energiemeter voor afgegeven vermogen warmtepompAls je de door de warmtepomp geleverde energie wil meten, heb je een ander type energiemeter nodig; Een meter die de flow (waterstroom) meet van de warmtepomp en de aanvoer en retourtemperatuur (temperatuur verschil tussen deze twee). Dit soort meters is wat duurder in aanschaf en ook niet echt noodzakelijk. Maar als je die neemt weet je ook precies de prestaties van je warmtepomp immers  geleverde energie : toegevoegde energie = rendement (COP)


 

Bronleiding bij brine/water – water/water

bronleiding verdeler warmtepompDe aansluiting van de bron naar de warmtepomp dient van kunststof of dampdicht geïsoleerd koper te zijn. Stalen of dunwandige cv-leiding zal namelijk binnen enkele jaren stuk gaan.

Het condenswater tast staal aan. Je krijgt het nl. nooit zo goed geïsoleerd dat condens niet voor zal komen. Het bronwater is immers een stuk kouder dan de omgevingstemperatuur van de leiding in de technische ruimte, hierdoor ontstaat condensatie.

Na de koelwisselaar (CV leiding / afgiftesysteem) wordt het ‘koelwater’  (bij systemen met koeling door het vloerverwarmingsafgiftesysteem) door de warmtepomp boven de condensatiegrens gehouden, daar kan dus gewoon stalen leiding worden gebruikt.

 

TIP: Als je messing knelkoppelingen wil gebruiken, tape deze dan na montage eerst strak af met teflontape en lijm pas daarover de dampdichte isolatie * Lees ook hieronder het stukje isoleren van leidingen. De kans op schade door spanning corrosie wordt hiermee verkleint.

 

Leidingdiameter groter bij een warmtepomp

Installateurs die voornamelijk gewend zijn met CV-ketels te werken moeten met betrekking tot leiding diameter even omschakelen bij een warmtepomp. Omdat je bij een warmtepomp liever met  een kleinere Delta T (temperatuurverschil tussen aanvoer- en retourleiding) werkt is er meer flow nodig om het zelfde vermogen over te kunnen brengen. Als je meer water wil rondpompen is vaak een grotere diameter van de leiding nodig. (Je krijgt meer mensen vlot door een brede gang dan door een smalle gang) Bij een cv-ketel was men gewend om met 90/70 ̊C  of later 80/60 ̊C (aanvoer – retour) te werken, bij een warmtepomp houd je in de vloer liefst het verschil klein, aanvoer 35 ̊C retour 29 ̊C bijvoorbeeld, zo blijft de vloer mooi egaal warm zonder grote verschillen (beter comfort).

 

Onderstaand een tabel, zoek eerst in de bovenste tabel de 'flow' op en kijk dan in de 2e tabel welke diameter daar bij hoort.  Tabel  bepaal de flow in m³/h :

tabel flow warmtepompen m 3 per uur

Voorbeeld: Wij hebben een warmtepomp van 10 kW en willen met een delta T van 6ºC werken  voor de vloerverwarming (zonder glycol), welke diameter leiding moeten we nemen?
Antwoord: Uit de tabel boven blijkt dat dit 1,43 m³ per uur geeft, in de tabel hieronder zien we dat we dan het best voor DN25 of wel 28 mm kiezen !  Tabel aanbevolen leidingdiameter vs flow.

Leiding diameter tabel warmtepomp

Uiteraard kunnen we daar aan toevoegen dat gebogen bochten beter zijn dan ‘knie stukken’.
Probeer altijd zo min mogelijk leiding weerstand te creëren.

Naast dat u in deze tabel de aanbevolen diameter kiest is het zaak dat u ook de weerstand van de leiding berekend of laat berekenen, de gekozen circulatiepomp moet deze immers kunnen overbruggen.

Ps: Ziet u het verschil tussen een delta T van 20ºC of 6ºC ? Stel dat je een 10 kW installatie hebt, dan is de benodigde flow bij een delta T van 6ºC =  1,43m³/h , bij een delta T van 20ºC is die 0,43 m³/h.

 

Isoleren van leidingen

isolatie dampdicht leiding armaflexLeidingen met bijbehorende fittingen en appendages dienen geïsoleerd te worden met materialen welke geen schade aan de installatie kunnen veroorzaken. Voor de toepassing van isolatiemateriaal bij messing knelfittingen in koel en warmtepompinstallaties moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van spanningscorrosie. ISSO publicatie 50, specificatieblad 4.3-2 “Corrosiewering”, adviseert messing knelkoppelingen niet te isoleren. Bij koude installaties is het echter noodzakelijk alles tegen condens te isoleren.


In dit geval dient met onderstaande rekening te worden gehouden.

 

SPANNINGSCORROSIE VAN MESSING
Spanningscorrosie (SCC = Stress Corrosion Cracking) is een vorm van corrosie die leidt tot scheurvorming in het metaal als gevolg van interactie tussen metaal, het milieu en een mechanische belasting (trekspanning bij montage). Messing is gevoelig voor spanningscorrosie bij contact met ammonium. In combinatie met vocht wordt ammoniak of ammonia uit de omgeving opgelost tot ammonium.
Spanningscorrosie in messing treedt op als onderstaande punten bij elkaar komen, probeer die situatie dus te vermijden.

 

1. Trekspanningen in het materiaal
Bij fabricage van messing fittingen kan gebruik worden gemaakt van geëxtrudeerd stafmateriaal. Hierbij treedt koude deformatie op wat leidt tot residuele spanningen in het materiaal. Als gevolg van deze spanningen kunnen aan het metaaloppervlak trekspanningen ontstaan die zodanig hoog zijn dat deze kunnen leiden tot spanningscorrosie.

 

2. Vocht
Bij een combinatie van voldoende luchtvochtigheid en een temperatuurverschil tussen metaaloppervlak en de omgeving treedt condensvorming op (vochtfilm op het oppervlak). Bij warmtepompinstallaties kan deze situatie aan de koud water zijde ontstaan wat leidt tot condensvorming op koperen leidingen en messing fittingen. Een zeer dunne vochtfilm op atomair niveau is al voldoende voor het optreden van het corrosieproces aan het metaaloppervlak.

 

3. Aanwezigheid van ammoniak of ammonia
Ammoniak in het milieu van een warmtepompinstallatie kan een gevolg zijn van contact met schoonmaakmiddelen, of emissie vanuit ammoniak houdend kunststof isolatiemateriaal. Een lage emissie kan bij een dunne vochtfilm leiden tot een voldoende hoge concentratie ammonium aan het metaaloppervlak voor optreden van spanningscorrosie.

 

Ontluchten / ontluchter

ontluchtersHet is erg belangrijk dat uw installatie is voorzien van goede ontluchters, zowel bron- als afgiftezijdig. Immers de warmtepomp kan onvoldoende energie ontrekken of afgeven aan een ‘luchtbel’. Vaak komt een hoge- of lage druk storing dan ook door lucht in de installatie. Vooral bij een nieuwe installatie kan dit natuurlijk het geval zijn. Het dient dan ook aanbeveling om in ieder geval de bronpomp 2 tot 5 dagen voor de eerste start van de warmtepomp continu te laten draaien. Hierdoor wordt enerzijds het glycol (antivries middel) beter gemengd met het water, anderzijds kan lucht zich verzamelen in het hoogste punt in de installatie, daar waar u ook de ontluchter heeft gemonteerd. Als u de bodemwarmtepomp voor het eerst opstart let dan op de zgn. ‘zuiggas temperatuur’, deze mag in principe niet onder de 3 graden komen bij de eerste opstart. Schakel de warmtepomp uit als dit wel dreigt te gebeuren, ontlucht eerst goed, kijk of pompen echt draaien en probeer het dan later weer. Dit voorkomt dat de verdamper ‘invriest’ . Immers als je aan stilstaand water, of onvoldoende flow, energie ontrekt zal de temperatuur hiervan snel zakken.

-Het gebruik van een of meerdere goede automatische ontluchters in het afgiftesysteem wordt sterk aanbevolen.
-Het gebruik van automatische ontluchters in de bron wordt afgeraden omdat glycol bij lage druk wat kristalvorming kan geven (met name in de naaldafsluiters van automatische ontluchters).

 

Expansie / Expansievat

Expansievat warmtepompZowel de bron als het afgiftesysteem heeft een expansievat nodig van voldoende inhoud, immers de vloeistof zet uit als deze wordt verwarmt. Zorgt u voor een goede, altijd open zijnde, verbinding van de warmtebron naar het expansievat. Kijk dus aan welke kant van eventuele keer- en/of driewegkleppen u het expansievat plaatst.

In de bronleiding zit het expansievat bij voorkeur aan de zuigzijde van de bronpomp.
Aan de afgifte kant zit het expansievat bij voorkeur in de retourleiding van de installatie en de zuigzijde van de pomp.
Echter keer- en/of driewegkleppen kunnen dus een oorzaak zijn dat u het vat elders moet plaatsen, een altijd open verbinding met het expansie vat is het belangrijkst!

Voor de bron kunt u ook een standaard expansievat gebruiken, zorgt u dat dit vat aan het einde van een leiding zit waar geen doorstroming meer is (Het bronwater zal hier dan de omgevingstemperatuur opnemen waardoor kans op condens wordt voorkomen). Informeer wel bij uw leverancier of deze geschikt is voor glycol houdend water bij een brine-water systeem.

 

Grote van een expansievat:

Vuistregel 1* m.b.t. woningen voor zowel bron- als afgiftezijde:
Installaties Tot 12 kW afgegeven vermogen: 18 liter vat zowel voor bron als voor afgiftezijde
afgegeven vermogen 12 kW tot 20 KW: 25 liter vat zowel voor bron- als voor afgiftezijde
afgegeven vermogen 20 kW tot 30 kW: 35 liter vat zowel voor bron- als voor afgiftezijde

Uitgaande van plaatsing van de warmtepomp op de begane grond of in kelder voor een gebouw van max. 2 verdiepingen
(1 verdieping + zolder)
Voordruk van expansievat voor de bronzijde is: 0,5 bar, afvullen bron op 1 bar
Voordruk van expansievat afgiftezijde is: 1,5 bar, afvullen op 2 bar

 

Vuistregel 2 * m.b.t. woningen voor zowel bron als afgiftezijde:
Systeem inhoud in liter : 25 = grote van expansievat in liter

*Het betreft hier een vuistregel, beter is het natuurlijk om het expansievat exact te bepalen in overleg met de leverancier hiervan, u dient dan wel de totale waterinhoud van uw afgiftesysteem en bron te weten, alsmede het temperatuur traject waarin de installatie gaat werken.

 

Kunststof bronwater reservoir

kunststof bron reservoir warmtepomp bijvullen bronSommige fabrikanten leveren voor de bronzijde een vloeistof reservoir mee, het advies is om dit niet te gebruiken en gewoon een expansievat te plaatsen.
Wil je het toch gebruiken.  Zet de afsluiter onder dit reservoir, wat op de hoogste plaats moet zitten, dicht en vul de bron met water/glycol tot ca. 1,5 bar.  Ontlucht daarbij goed.  Als de bron gevuld is vul je het reservoir van bovenaf tot het voor 2/3 gevuld is met water/glycol -  sluit dan het reservoir aan de bovenkant af en zet het aan de onderzijde open.  Het reservoir is nu een soort ‘drukvat’  geworden met beperkte inhoud. 


 

Overstort

gecombineerde overstort manometer

 

Vergeet natuurlijk ook niet om naast het expansie-vat ook te denken aan het verplichte 'overstort-ventiel' !  Deze hoort binnen 1 meter van de warmtebron te zitten.  Normaal gespoken aan de warme zijde (de aanvoer richting afgifte-systeem) ECHTER:  soms ontkom je er niet aan om de overstort in de retour te plaatsen! Sommige toestellen hebben een ingebouwde driewegklep in de aanvoer zitten, als het circuit in het toestel zelf circuleert (voor tapwater bijvoorbeeld) dan is er geen rechte verbinding met de aanvoer buiten het toestel. Plaats dan de overstort in de retour leiding.
Raadpleeg altijd de installatievoorschriften van de fabrikant. De overstort in een woning cv-installatie is normaal gesproken 3 bar ! Of het nu een warmtepomp betreft of een cv-ketel, dat maakt niet uit.


 

Terugslagklep

Een terugslagklep noemt men in het Engels One way valve’  Eenrichtingsklep , eigenlijk verklaart dat meer wat het is. Het water kan maar één kant op stromen ‘eenrichtingsverkeer’.  

 

terugslagklep warmtepompBij cv-ketels worden terugslagkleppen vaak alleen maar ingezet in cascade opstellingen. Bij een warmtepomp, die naast tapwater en verwarming ook passief gaat koelen, is het soms nodig om een terugslag klep op te nemen.
Waarom? Bij een externe koelmodule loopt de ‘koel-kring’ aan de afgiftezijde middels een installatiepomp over de koelmodule door de installatie. Het ‘cv’ water tussen koelmodule en warmtepomp staat stil. Met een losse boiler kan de warmtepomp ondertussen gelijktijdig warmwater aanmaken. Aan de afgiftezijde loopt gelijker tijd (met koelen) dus een warme kring via driewegklep over boiler naar warmtepomp. In de praktijk kan het soms zijn dat de driewegklep niet 100% afdicht waardoor, als pompen niet gelijk zijn, er een mix kan ontstaan van de warmte aan de warmtepompzijde en het ‘koude circuit’ aan de installatiezijde. Ook als de driewegklep van de boiler wel 100% afdicht maar leidingen dicht bij elkaar zitten kan temperatuur beïnvloeding ontstaan. Dit kan dus eenvoudig worden voorkomen door een terugslagklep op te nemen (U vindt deze dan ook vaak terug in het schema van de fabrikant / zie ook bovenstaand stukje over expansie ! voor de juiste plaatsing).

 

Leidingfilter / vuilfilter

leidingfilters warmtepompPlaats zowel in de bron- als in het afgiftesysteem een leidingfilter nabij de warmtepomp, houdt u hierbij rekening met de richting van de waterstroom, dus dat het water wordt gefilterd voordat het de warmtepomp in gaat. Op deze manier voorkomt u dat de ‘verdamper’ of ‘condensor’ van de warmtepomp verstopt kan raken.  Als u de filters tussen afsluiters plaatst (of een filter kiest welke al voorzien is van afsluiters) kunt u eenvoudig jaarlijks de filters reinigen: zet warmtepomp uit, zet afsluiters dicht, haal het filter uit elkaar en spoel deze  met schoonwater. Bij ernstige vervuiling moet u zich afvragen waar deze vandaan komt, dit zou namelijk op een lekkage kunnen duiden.
Vergeet niet, na het reinigen van de filters, de afsluiters weer open te zetten voor u de warmtepomp weer start. Leidingfilters zorgen voor langer plezier van uw warmtepomp.

 

Vloerverwarming-verdeler

Let op! De vloerverwarmingverdeler bij toepassing van een warmtepomp is anders dan bij een cv-ketel.

vloerverwarmingsverdeler warmtepomp verschil met cv ketel

Bij een cv-ketel , die een hoge aanvoer temperatuur heeft, is de verdeler voor de vloerverwarming meestal een ‘open verdeler’ met menginrichting en circulatiepomp. Het water door de vloer wordt gemengd met het water dat wordt aangeleverd, dit om toch een lage temperatuur (35°C) door de vloer te krijgen.
Bij een warmtepomp, die al een lage aanvoer temperatuur heeft, is de verdeler voor de vloerverwarming een ‘gesloten verdeler’ ( zonder circulatiepomp). Alle slang- aanvoeren komen bij elkaar als ook alle slang retouren. Er hoeft immers niet te worden nagemengd

 

Geen koeling in de badkamer.

Het voordeel van een water/water warmtepomp is dat u in de zomer relatief goedkoop een woning passief kan koelen. Dit doet u door water van ca 18 graden Celsius door de vloerverwarming te sturen. Een woning kan hier ca 4 graden (t.o.v. de buitentemperatuur) mee worden gekoeld. Maar ook de lucht/water warmtepompen kunt u op deze manier koelen, alleen dan is het een stuk ‘duurder’ m.b.t. energiekosten , met lucht/water koel je nl. actief.

 

niet kolen in de badkamer warmtepompAlle ruimten kunt u op deze manier koelen, alleen de badkamer dient u niet passief te koelen. Immers als er gedoucht wordt is de vochtigheidsgraad in de badkamer hoog, door de lage temperatuur van het koelwater ontstaat dan condens, als gevolg hiervan zal uw badkamer vloer nat blijven. U kunt eenvoudig een klepje tussen de leiding plaatsen dat tijdens passief (of actief) koelen dicht gaat. (De warmtepomp heeft meestal een contact wat voor aansturing hiervan kan worden gebruikt)

 

Naregelen en koelen: Als vloerverwarmingsgroepen worden na-geregeld door zgn. zoneregelaars worden d.m.v. klepjes de slangen afgesloten als de kamer op temperatuur is. Tijdens koelen dient deze regeling net andersom te werken om het koudere water door te slangen te kunnen sturen. Hiervoor is het bovengenoemde signaaltje uit de warmtepomp nodig om uw ‘zoneregelaar’ te melden dat nu koel water wordt aangeleverd en de regelaar dus andersom kan gaan werken of eenvoudig alleen de klepjes open stuurt om te kunnen koelen.

 

Glycol toevoeging / anti-vries

MEG glycol voor warmtepompBij een gesloten bodem bron dient normaliter aan het water glycol te worden toegevoegd (brinewater) tot een beveiligingswaarde van -13 °C (ca 30% toevoeging). Bij langdurig gebruik kan de temperatuur van de bron namelijk onder de 0°C komen, om te voorkomen dat ijsvorming ontstaat in de verdamper van de warmtepomp dient u glycol toe te voegen.

 

Bij een open bron wordt een (extra) warmtewisselaar tussen de open bron en de verdamper van de warmtepomp sterk aangeraden, vaak zelfs door de fabrikant in de garantievoorwaarden verplicht gesteld. Voor het water in dit tussencircuit wordt een toevoeging tot een beveiligingswaarde van -4 °C (ca 10% toevoeging) glycol geadviseerd.

 

Nadeel glycol toevoeging:  De warmteoverdracht van bron naar koudemiddel wordt iets minder gunstig en de weerstand die de circulatiepomp moet overbruggen wordt iets groter.
Echter de verliezen zijn zeer gering en wegen lang niet op tegen het eventueel stuk vriezen van de verdamper. Gewoon doen dus.

 

Het type glycol wat voor warmtepomp bronnen meestal wordt toegepast is*
MEG” ; Mono Ethylene Glycol of “MPG”; Mono-Propyleen Glycol
( van bijvoorbeeld AKZO NOBEL, DOW of SABIC).
In het algemeen verzorgt de bronleverancier de levering en toevoeging van het glycol en eventuele additieven aan het water.

 

*Noot: Sommige warmtepomp fabrikanten schrijven een bepaald type Glycol voor.
In het algemeen gaat de voorkeur uit naar MEG.

 

vulset glycol voor in warmtepomp bronDoor in het bronsysteem 3 stuks afsluiter te monteren maak je het eenvoudig om later glycol bij te mengen. Door afsluiter B dicht te zetten en A + C met slangen en een pompje te verbinden met een vat glycol kun je glycol eenvoudig bij gaan mengen  (rond pompen).

Afsluiter A + B + C wordt in de handel ook gecombineerd verkocht als ‘vulset’,
maar met 3 eenvoudige tweeweg afsluiters lukt het dus ook.

Ook m.b.t. het vat en pompje zijn er zgn. vulsystemen in de handel. Vaak onder de naam ‘SOLAR Vulsysteem’   (Ook in thermische zonpanelen wordt een antivries toevoeging gebruikt).


Controle op anti-vries temperatuur

glycol controle anti vriestemperatuur refractometer warmtepomp

Met een refractometer kunt u controleren tot welke temperatuur het water (medium) is beveiligd en of u eventueel glycol moet toevoegen.
Een refractometer werkt heel eenvoudig:

  1. Druppel met de pipet 1 a 2 druppeltjes op het prisma
  2. Sluit het deksel en druk deze licht aan.
  3. Verdraai het oculair tot de grenslijn duidelijk zichtbaar is
  4. Lees de temperatuur af.

 

Hoog- en laag temperatuur passen niet door elkaar.

Als je een ‘bivalent’ systeem maakt, dus een systeem waar naast de warmtepomp ook een andere warmtebron wordt gebruikt, bijvoorbeeld een HR cv-ketel, dan dient die ook op dezelfde lage temperatuur te functioneren!
Als het gehele afgiftesysteem laagtemperatuur is dan is er geen probleem, gewoon de ketelthermostaat laag zetten.

 

In de praktijk wordt soms de fout gemaakt door de denken: ‘de eerste 40 graden zijn voor de warmtepomp en dan verwarm ik na met een ketel tot 90 graden’. Dit werkt niet en gaat fout! De warmtepomp zal hierdoor in hoge druk storing gaan. De warmtepomp verwacht op zijn aanvoer van 40 graden immers een retourtemperatuur van bijvoorbeeld 35 graden, die kan u op deze manier niet meer garanderen! Hoge- en lage temperatuur systemen dus nooit rechtstreeks te combineren.

 

Onderstaand een voorbeeld hoe u dit kunt doen:

 

 

voorbeeld hoog en laag temperatuur met ketel en warmtepomp mengklep

Toelichting bij bovenstaand schema hoog en laag temperatuur gecombineerd:
 

AA =  inregelventiel; Als bekend is dat BIJVOORBEELD maximaal 5 kW bij-verwarming nodig is kunt u het inregelventiel hierop afstellen. Het verdient aanbeveling om ook de radiatoren in te regelen.  Op die manier wordt de flow welke door de ketelpomp wordt gemaakt goed verdeeld.


BB = mengklep; De mengklep is, als er geen bijverwarming nodig is, aan de ketel-zijde gesloten. Op het moment dat er bij-verwarming nodig is gaat de klep een gedeelte van het water naar de open-verdeler sturen en een gedeelte terug naar de ketel. Maar het kan ook zijn dat alles naar de open verdeler wordt gestuurd, de sensor richting vloer verwarming stuurt de klep zodanig dat daar de juiste temperatuur wordt bereikt. Niet te laag niet te hoog.

 

CC = eventuele pomp. Als u zonder inregelventiel wil werken kan eventueel gekozen worden om tussen de mengklep en de open-verdeler een eigen circuit te maken. De pomp gaat dan lopen zodra er bijverwarming is, de klep laat dan een gedeelte van het ketel water door en een gedeelte uit de retour van de open-verdeler. De flow in de 'bypass leiding' bij de klep zal dan dus van rechts naar links gaan. Omdat een pomp 'energie vraagt' hebben wij in bovenstaand voorbeeld voor een inregelventiel gekozen.

 

Attentie: Bovenstaand voorbeeld gaat er van uit dat de circulatiepomp van de warmtepomp voldoende flow kan garanderen voor de totale (laag-temperatuur-gedeelte) vermogens vraag. De Bètafactor van deze installatie (zie elders op onze site) zal dus tussen de .7 en 1 liggen.  Als de warmtepomp op een veel lager vermogen is gekozen dan de vraag is, dan zal er een hydraulische scheiding moeten worden gemaakt en er een aparte pomp/circuit richting afgifte moeten komen welke zowel uit de open-verdeler warmte kan onttrekken als uit de warmtepomp.

 

Eerste opstart van de warmtepomp / inbedrijfstellen.

Voordat u de eerste keer de compressor laat draaien van een bodem warmtepomp, verdient het aanbeveling om gedurende één of meerdere dagen daarvoor de bronpomp op  continu te zetten, zodat de bron eerst goed kan ontluchten en het glycol zich goed kan mengen. Kijk in de handleiding van de warmtepomp hoe dit moet. Soms kunt u eenvoudig een motorbeveiligingsschakelaar uitzetten, soms is het een menu instelling, soms moet u een draadbrugje maken, dat verschilt per merk en type warmtepomp.

 

Bij een lucht/water warmtepomp is er vaak vanuit de fabriek al een ‘tijdvertraging’ ingebouwd. Pas een halfuur nadat de spanning op de warmtepomp is aangebracht kan de compressor starten. Heel vaak moet de 1e keer de compressor worden voorverwarmd met een verwarmingslint (voor de olie).

 

1e opstart van een water/water of brinewater/water warmtepomp:

Bij het 1e keer opstarten van een warmtepomp kunt u de zgn. zuiggastemperatuur in de gaten houden, deze zal stabiliseren tussen de 4 en 12 graden. Als u ziet dat de temperatuur meteen onder 0° C komt, schakel het toestel dan weer uit en ontlucht of vul eerst de bronleidingen goed en kijk of er voldoende flow kan plaats vinden (denk ook aan glycol toevoeging!).

 

Tijdens compressor bedrijf:

Controleer bron in / bron uit of deze een goede delta T heeft (4 tot 5 ° C. verschil tussen bron in en bron uit)
Heetgastemperatuur: Tenminste 25 K hoger dan de aanvoer temperatuur, normaal tussen de 70 en 125 °C
Vloeistof temperatuur: Ongeveer gelijk aan de retourtemperatuur
Zuiggastemperatuur: Ligt tussen de bron in en bron uit temperatuur
Oververhitting: Dit is de temperatuur tussen zuiggas- en verdampertemperatuur, ligt tussen 2 en 8 °C.

 

Als dit allemaal goed is stapt u door het warmtepompmenu om eventuele parameters aan te passen (stooklijn) of accessoires aan te melden. Ook dit verscheelt per warmtepomp merk en type.

 

Zwembad wamtepomp

U kunt met een warmtepomp ook uitstekend een zwembad verwarmen, zorgt u dan wel dat de zwembadwisselaar geschikt is voor laag temperatuur (max. 45 graden primair). Een veel gemaakte fout is dat een warmtewisselaar gebruikt wordt die 90 graden primair nodig heeft, deze geven vaak bij 45 graden nauwelijks vermogen meer af.

 

U kunt ook uw zwembad met een aparte ‘Zwembad warmtepomp’ verwarmen. Door een ‘zwembadwarmtepomp’, wat heel vaak een lucht/water toestel is, kan vaak meteen al het zwembadwater (na vuilfilters) door de condensor worden gepompt omdat de condensor van deze toestellen gemaakt is van titanium. De warmtepomp die uw cv installatie verwarmt is gemaakt om het ‘cv water’ door de condensor heen te krijgen. Als u die ook gebruikt voor het zwembad, dient er dus een separate zwembadwisselaar te zijn.

 

Als u een binnenzwembad heeft dient het vermogen dat nodig is om het zwembad warm te houden te worden opgeteld bij het vermogen dat nodig is voor verwarming en tapwater. Als het een buitenbad is (dat alleen in de zomer wordt gebruikt) hoeft dit vaak niet, immers in de zomer heeft u het ‘verwarmingsvermogen’ niet nodig voor uw woning.

Tot slot de  mogelijkheid tot ' ingebruikname' door de fabrikant.

Maak slim gebruik van de warmtepomp ‘ingebruikname’  mogelijkheid.

De meeste gerenommeerde merkleveranciers van warmtepompen bieden in ons land de mogelijkheid om de warmtepomp voor u “ in gebruik te nemen” . Ook wel genoemd “ Inbedrijfstellen” , “eerste controle”, “start-up” e.a.
 
Natuurlijk kost dit u extra geld, men doet dit logischerwijs niet voor niets. Soms zit het in de aankoopprijs, soms berekend men u hiervoor een vaste extra prijs of vindt het plaats onder regie (uurtje factuurtje).
 
De technicus van de leverancier/fabrikant controleert dan globaal de installatie en neemt de warmtepomp in bedrijf door de software voor u een voorinstelling mee te geven.  Voor de installateur is dit een prima nacontrole op de door hem/haar gemaakte installatie, het is dan ook voor de installateur verstandig om tijdens deze ingebruikstelling erbij te zijn: zodat men hiervan kan leren en eventuele zaken meteen kan ‘ kortsluiten met de technicus.  Bij grondgebonden warmtepompen moet de installatie al voldoen aan de BRL plicht, maar dan nog is bovengenoemde ingebruikstelling een goede bijkomstigheid ter extra controle.
 
Daarnaast biedt de ingebruikname door de fabrikant/importeur u het voordeel dat met betrekking tot eventuele garantie zaken in een later stadium, u meer houvast heeft om op terug te vallen.
 

Een ‘ingebruikname’ door de fabrikant/importeur is dus altijd verstandig en aan te bevelen.

Vorige pagina info << | Volgende pagina: >> Nieuws

Verplichte melding: Onze website maakt gebruik van functionele cookies. Zie eventueel ook onze bijsluiter.